Behalve door de algemene bereidingswijze onderscheidt het brood zich ook door zijn ingrediënten. Zo speelt de soort bloem en meelsoort een rol: spelt, tarwe, rogge of andere granen, en ook volkoren- of extractbloem. Bovendien kan de toevoeging van andere ingrediënten zoals zonnebloem- of pompoenpitten ook een differentiatie zijn.
Een bijzonder kenmerk van Duitse broodsoorten is, behalve hun verscheidenheid, de harde korst van het brood. Dit maakt ze op een bepaalde manier uniek - als je stokbrood en ciabatta buiten beschouwing laat.
Ondanks de grote verscheidenheid aan broodsoorten is het meest geconsumeerde brood in Duitsland een eenvoudig gemengd brood, gemaakt van rogge- en tarwemeel. In Beieren kan men er bijna van spreken dat de looggebak soorten meer overheersen. In het Middellandse Zeegebied daarentegen eet men eerder zuiver wit brood, d.w.z. tarwebrood. Het bekendst zijn waarschijnlijk het stokbrood en de croissant in Frankrijk of het platte brood in Turkije.